dinsdag 10 januari 2017

Frieda

16.29 uur al.

Ik zou weer te laat komen op school.

Ik startte de auto en vertrok.

Ver geraakte ik niet.

Wat was dat ?

Wat zat daar midden op de weg ?

Was dat een poes ?

Nee toch ?

Poezen lopen weg als er een auto nadert.

Dit ding bewoog niet.

Zou het een kip zijn dan ?

Kon toch niet ?

Kippen die ontsnapten bij de buurman, sprongen snel terug in het gat in de haag waarlangs ze ontsnapt waren.

En die waren een stuk groter dan dit ding.

Had ik verkeerd gezien dan ?

Het was vast een stuk hooi dat van een of andere boerenkar gevallen was.

Het ding gaf nog steeds geen krimp.

Ik naderde traagjes.

Toch maar het zekere voor het onzekere nemen, je wist maar nooit.

Ik had nog nooit een dier omver gereden, en had dat graag zo gehouden.

Ik was het ding tot op een meter afstand genaderd.

Het bewoog nog steeds niet.

Op enkele centimeters van het ding kwam ik tot stilstand.

Ik maakte me waarschijnlijk oeverloos belachelijk door te stoppen voor een pluk hooi.

En dat terwijl de klok intussen al 16.32 uur aangaf !

Maar dan was dit wel heel oranje hooi.

Geen geelgroen hooi. Of goudgeel stro stro. Wel oranje.

Ik stapte uit.

Het ding bleef bewegingloos liggen.

Ik keek naar beneden.

Dat was geen hooi. Of stro.

Het ding verroerde geen vin.

Ik boog me voorover.

Precies een bolletje ?

Wat was me dat toch ?

Ik keek van naderbij.

Een zachte, bijna onhoorbare, klagerige piep ontsnapte aan het bolletje.

Een vossejong misschien, dat aangereden was ?

Ik kneep mijn ogen samen en focuste mijn blik.

Mijn God ...

Dus toch een kip ?

Moest dat een kip voorstellen ?

Zag ik dat goed ?

Zo klein ?

Misschien toch een of ander vogeljong of zo ?

Nee, de kleur klopte niet.

Het moest een kip zijn.

En wat was die zwarte vlek op zijn kop dan ?

Mooi laten zitten en snel doorrijden, je bent al te laat,

je kan niet de hele wereld redden, laat staan de dieren op deze aardbol,

wegwezen, je weet nu al niet hoe je te beredderen met je mini-zoo,

je hond eet een kip zo op, flitste het even door mijn hoofd.

Instinctief stak ik mijn armen uit.

Het ding woog zo goed als niets.

Misschien 150, 200 gram ?

Het lag bewegingloos in de palmen van mijn handen.

Zo klein.

Zo breekbaar.

Een golf van liefde en weerzin overspoelde me.

Liefde voor dit kleine, kwetsbare wezentje,

dat moederziel alleen en bewegingloos in het midden van het wegdek zat.

Weerzin, omdat ik niet kon begrijpen hoe iemand zo'n wezentje zomaar aan zijn lot kon overlaten,

in de regen, in de vrieskou, een uur voor het donker.

Wat plukjes haar en enkele stekelige witte stokjes,

moest dat dan een pluimenvacht voorstellen ?

Hierbuiten had de kuikenkip in ieder geval geen kans van slagen.

Ik twijfelde geen seconde meer, opende de koffer en zette kipkuiken in de mand van de hond.

Daar zou het voorlopig wel even veilig zijn.

Eerst mijn dochtertje ophalen.

Wellicht zou kipkuiken tegen dan toch dood zijn.

Het diertje had geen krimp gegeven toen ik het oppikte.

Het spartelde niet tegen.

Het probeerde niet weg te vliegen.

Het pikte niet in mijn vingers.

Het zat daar gewoon. Te zitten.

Met een reusachtige zwarte vlek op zijn hoofd.

Bloed.

Ik gruwelde.

Wie of wat had dat beestje zo toegetakeld ?

Ik haalde mijn dochtertje op en deed nog enkele boodschappen.

Ik hoopte stiekem dat het kipkuiken de geest zou geven tegen dat we thuis waren.

Ik hou er niet van om dieren traag en lang te zien lijden.

Ik ben evenmin in staat om ze zelf uit hun lijden te verlossen.

En de dierenarts ... wat kan die nu doen aan iets wat tussen een kuiken en een halfvolwassen kip schommelt en een reuze gat in zijn hoofd heeft ?

Wellicht was het hersendood of zo.

Had het nooit de auto zien of horen aankomen.

Anders was het toch weggelopen ?

Misschien kon het helemaal niet meer bewegen.

Was het verlamd.

Of door een andere auto aangereden.

Je kon het ding per slot van rekening amper zien, zo klein was het.

Bij thuiskomst wiebelde kipkuiken zachtjes toen ik de koffer opende.

Voorzichtig tilde ik het uit de hondenmand en bracht het naar binnen.

De hond werd preventief naar buiten gestuurd.

De poezen stortten zich op hun avondmaal, net als dochterlief.

Ik zette kipkuiken in de hondenmand binnen.

Het bewoog nog steeds niet.

Dit is een hopeloze zaak, dacht ik bij mezelf.

Leer ik het dan echt nooit ?

Morgenvroeg ligt dit wezentje met zijn poten in de lucht.

Ik bekeek de hoofdwonde van wat dichterbij.

Mijn God ... die schedel ... stond die deels open ?

Piep.

Ik schrok me een bult.

Kipkuiken had nog energie genoeg om te piepen ?

Dan had het misschien ook nog energie genoeg om te eten ?

Ik liep naar de stal en haalde wat kippenvoer.

Ik strooide het kippenvoer in een potje en zette het voor de kuikenkip.

Hoe noem je zoiets eigenlijk ?

Hm.

Net wat ik dacht.

Geen beweging.

Even laten zitten, eerst ook wat eten.

Amper zat ik op mijn stoel, of ik hoorde een zacht getik.

Was dat ...

Nee toch ?

Maar jawel hoor.

Het kipkuiken pikte uit het potje.

En nog snel ook.

Iemand had honger ...

De kuikenkip kon dus nog eten.

Misschien waren zijn hersenen dan toch geen moes ?

Hoe kon het beestje anders nog eten ?

Na enkele minuten nam ik het potje weg.

Ik had een vogeljong zo eens zien sterven.

Hongerig had het zich op zijn eten gestort.

Waarna het de ogen sloot, draaide en waggelde, en dood neerviel.

Lesje geleerd.

Het kipkuiken zou niet door zich te overeten aan zijn einde komen !

Het protesteerde niet toen ik het potje met vogelzaad weghaalde.

Bewegingloos staarde het opnieuw voor zich uit.

Misschien toch maar even kijken of ik die wonde kon ontsmetten ?

Yèèkes ...

Er stond geen pluimpje meer op die nek gewoonweg.

Er zaten ook wondes in wat dan waarschijnlijk de schouder en vleugel en rug moest zijn.

Allemaal met gestold bloed op.

Een vreselijk zicht.

Hoe lang had dit beestje zo al rondgelopen ?

Ik deed wat ontsmettingsmiddel in warm water.

Ik durfde het kopje van het kipkuiken niet aan te raken.

Stel dat ik zijn schedel zou openwrijven ?

Ik mocht er niet aan denken !

Dan maar wat water laten druppelen op de wondes, en zachtjes deppen met een washand.

Piep piep piep !

Jah ... piep piep piep ... dat geloof ik best, dat dat pijn doet ...

Dat piep geluid sneed door merg en been.

Dat schrille gepiep, die angst, het maakte iets in me wakker.

Het herinnerde aan mijn eigen angst.

Hoe ook ik overal pijn gehad had.

Niet begreep wat me overkwam.

Als een zombie neerlag. Of zat.

De wereld aan me voorbij zag gaan.

Waarbij iedere beweging pijn deed.

Of me deed omvallen.

En ik afhankelijk was van de goede zorgen en bescherming van anderen.

Om de een of andere bizarre reden voelde ik me een fractie van seconde  helemaal verbonden met kipkuiken, een met dat fragiele wezentje.

Braaf bleef het op mijn schoot zitten.

Het vertoonde geen enkel teken van angst meer.

Zou het beseffen wat er met hem gebeurt ?

Zou het pijn hebben ?

Zou het bang zijn ?

Ik had er het raden naar.

Ik zette het kipkuiken terug in de hondenmand.

Het bewoog niet.

Ik ging opnieuw eten.

Probeerde althans.

Mijn honger was over.

Ik stond op en ging naar buiten hooi en stro halen.

Het was veel te koud om kipkuiken in het kippenhok te steken.

Het arme ding had zo goed als geen pluimen meer.

Tegen 's morgens zou het gegarandeerd doodgevroren zijn.

Zou dat dan niet beter voor hem zijn ?

De korte pijn ?

Hoeveel kansen had dit fragiele schepsel uiteindelijk om er bovenop te komen ?

Met zo'n gat in het hoofd ?

Maar dieren zijn geen mensen.

Dieren staan niet stil bij uiterlijke tekenen.

Ze stellen zich geen vragen.

Ze benutten ten volle hun natuurlijk herstelvermogen.



God, ik kon een mirakel goed gebruiken.

Zou kipkuiken mijn mirakel zijn ?

Mijn teken van hoop ?

Het levende bewijs dat hopeloos uitziende situaties toch een happy end mogen of kunnen kennen ?



Ik moest maar eens stoppen met me aan te stellen.

Had ik mijn lesje nu nog niet geleerd ?

Met mijn naïef geloof in het goede in deze wereld ?

Een geloof dat door Vrouwe Justitie zelve de grond in werd geboord.

Samen met mijn kinderwens.



Ik gaf kipkuiken een tweede ontsmettingsbeurt.

Met afgrijzen moest ik vaststellen dat het gat in zijn hoofd er gewoon ingepikt was.

Waarschijnlijk door andere kipkuikens.

Die groter en sterker dan hem waren.

De vergelijking met de 'echte wereld' kwam spontaan in me op.

Hoe veel verschil was er uiteindelijk, tussen de 'echte wereld' en de wereld van kipkuiken ?

5.000 kuikens propt mijn buurman in een hangaar.

Piepklein zijn ze.

Ze hebben nauwelijks ruimte en vertrappelen elkaar, zitten op elkaar, verstikken elkaar.

200 à 300 kuikens sterven in de dagen na aankomst.

In de weken die er op volgen, nog eens zoveel.

De wet van de sterkste.

Is het in het 'echte leven' niet net zo ?

Eat or be eaten ?

's Nachts laat mijn buurman de hele nacht het licht branden.

Helwit, fel licht.

Zo groeien de kuikens sneller.

Hun bioritme wordt verstoord.

Hun hormonen werken sneller.

Zo ook hun metabolisme.

Puur natuur uiteraard, want mijn buurman is een bio-kippenboer.

Volgt nauwgezet de bio-regels.

Geen antibiotica, en vrije uitloop.

Vrije uitloop.

Wie dat leest op een doosje bio-eieren, ziet wellicht een bende glanzende, goed doorvoede kippen op het gemakje paraderen over een erf, met een of andere vette sappige worm in de bek.

Niets is echter minder waar.

's Morgens gaan de luiken van de kipkuikenhangaar omhoog.

De kuikens worden naar buiten gejaagd.

Met zijn duizenden komen ze op een perceeltje grond terecht van enkele 1.000 m².

Daar groeit geen grassprietje meer op.

De grond is keihard.

Geen worm vissen ze daar nog uit.

Maar, ze hebben inderdaad vrije uitloop.

Als het donker wordt, wordt er massaal (bio uiteraard) voer in de voederbakken gestrooid.

Het lijkt wel meel, een fijngemalen poeder.

De kipkuikens zijn uitgehongerd, want buiten vinden ze de hele dag niets om te eten.

's Avonds proppen ze zich vol.

Dan gaan de luiken dicht, en brengen ze weer een nacht door onder felle lampen.

Op elkaar gepakt.

De dode kuikens worden 's morgens opgeschept en in de vuilbak gegooid.

Afval.

Zo vergaat het ook de kipkuikens.

En de kippen.

Na enkele weken worden ze opgehaald.

Het zijn slachtkippen.

Ik weet niet meer precies of ze dan 2 of 3 maand oud zijn.

Een leven van enkele weken, terwijl een kip in de vrije natuur jaren oud kan worden.

De hele nacht lopen ze dan met een man of 4 - 5 achter de overblijvende, duizenden kippen aan.

Opnieuw worden ze de mini-kippen dan op elkaar gepropt.

In plastic bakken deze keer.

Ook daar sneuvelen er opnieuw een paar kippen bij.

Zij die overleven, beginnen aan hun laatste reis, richting slachthuis.

Dat zijn de kippen die u (en ik) opeten, de kippen met het bio label, en de 'vrije uitloop'.

Een zoveelste misleiding.

Wie heeft er al even bij stilgestaan, hoe gezond het kan zijn, om een dier op te eten, dat zijn hele jonge leven in zo'n stress doorbracht ?



In ieder geval,

het resultaat van deze 'vrije uitloop' biokippen zat nu in mijn hondenmand.

Letterlijk kapot gepikt.

Bio of niet : er is niets, maar dan ook niets diervriendelijks aan deze grootschalige kippenkwekerijen.

Er is niets diervriendelijks aan om het even welke grootschalige kwekerij,

ongeacht de diersoort.

We staan er niet bij stil, omdat we het niet zien.

We sussen onszelf, omdat we wat meer betalen voor een bio-label.

We eten de dieren op, maar 'ze hebben toch een mooi leven gehad, het waren bio-dieren'.

Is dat zo ?

Ga eens ter plaatse kijken.

Beslis dan.



Een vastbeslotenheid maakte zich van me meester.

Kipkuiken zou niet komen te overlijden vannacht.

Dat zou pas een zinloos verhaal geweest zijn.

Kipkuiken verzorgen, kipkuiken dood ?

Neen.

Niet deze keer.

Het was alsof kipkuiken mijn vastberadenheid oppikte.

Parmantig stapte ze uit de hondenmand.

Heel wankel.

Maar toch.

Ze stapte op het water af en begon te drinken.

Fenomenaal.

Zo'n gat in het hoofd, en nog drinken ?



Ik besloot kipkuiken of kuikenkip - jah hoe héét zoiets nietwaar -

een naam te geven.

Dat zou hem het gevoel geven dat ze gewenst was.

Het was koud geweest vandaag.

Koud. Freddo in het Italiaans.

Maar ... kippen zijn vrouwtjes.

Frieda dan maar.



En zo deed Frieda haar intrede in onze woonkamer.

Ze kreeg - toepasselijk, vlak na driekoningen - een 'bakske vol met stro',

met een pas gewassen pyjama erbovenop,

en werd de hele nacht voor het elektrisch vuur gezet,

zodat de haar nog resterende pluimen - of wat daarvoor moest doorgaan - konden drogen.



Tot mijn verbazing viel Frieda vrij snel in slaap.

Uitgeput ?

Of perfect op haar gemak ?

Ik probeerde me in te beelden hoe haar leven er uitgezien moet hebben.

Ei, lekker warm in de buik van moeder kip.

Ei op de grond, uitgebroed.

Zou Frieda ooit haar moeder gekend hebben ?

Dan samen met een heleboel andere miniscule kuikentjes in bakken gepropt.

Transport.

Beland bij de buurman.

Half dood gepikt door haar soortgenoten.

Op mirakuleuze wijze ontsnapt.

Alsof het zo moest zijn.

Frieda terugbrengen naar de buurman ?

Dat kon ik niet.

Of ze het nu redt of niet : ze is niet langer een ding.

Ze is niet langer een product.

Ze is niet langer een kipkuiken of kuikenkip.

Ze is niet langer afval.

Ze is Frieda.

Ze is een levend wezen.

En heeft waarde.

En ieder recht op een zo gelukkig en gezond mogelijk leven.

Hoe lang of hoe kort dat ook moge wezen.




Of : hoe 1 gebaar van 1 mens soms een leven kan veranderen.

Het verschil kan maken tussen dying or thriving.

En ook dat is het geval in de 'echte wereld'.

Mens of dier : het maakt niets uit.

Wees goed.

Doe het goede.

Blijf niet blind voor wat je ziet, voor wat op je pad komt,

en voor wat in wezen 'jouw verantwoordelijkheid' niet is.

Ieder is verantwoordelijk voor zichzelf, en de wereld in haar totaliteit :

andere mensen, dieren, planten, moeder natuur.

De grootste ziekte van deze eeuw heet onverschilligheid.

Je kan niet alles oplossen in deze wereld,

maar dat hoeft ook niet.

Je kan wel reageren en het juiste doen als het leven iets of iemand

op je pad stuurt die je hulp nodig heeft.

Wil je verandering in deze wereld ?

Wees dan zelf de verandering die je wil zien.



Dat is mijn nieuwjaarswens voor jullie voor 2017. 
Enjoy.



PS : Frieda overleefde haar eerste nacht.

PPS : een bio-kip is geen biologische kip : lees hier